Amerikanen en innovatie


Arrogantie is vaak een tegenhanger van innovatie. Kijk bijvoorbeeld naar Amerika. Duurzaamheid, efficiëntie en kwaliteit waren volgens de Amerikanen overbodig. Met als resultaat dat autofabrieken nauwelijks of zelfs in het geheel niet hun hoofd boven water kunnen houden.

De draconische maatregelen om nog iets te maken van de Amerikaanse auto-industrie kwamen wel, maar waren en zijn ver over tijd. Europa en Japan bleven zich inzetten voor betere motoren, minder verbruik en natuurlijk het milieu. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan was dat wel anders: groter was beter, ook al ging de complete wereld eraan ten onder. Benzine kostte toch niks, dus who cares?

Pontiac cares, om er eentje te noemen. Het trotse Amerikaanse merk met als stokpaardje de Firebird, in zijn hoogtijdagen een superdikke auto die natuurlijk bekend is van zijn optreden als KITT, mocht onlangs de deuren sluiten. Geen klanten, geld op. En andere merken zullen volgen als er niet snel iets verandert. Gewoon omdat ze niet innoveren. Omdat de auto’s volgebouwd zitten met oude, gedateerde troep. Omdat de rest van de wereld al lang doorheeft dat er wel degelijk een substitute for cubic inches is.

Leuk voorbeeld: er zijn leasemaatschappijen die de Chrysler Sebring weigeren. “U wilt deze auto leasen? Computer says no.” Als alternatief wordt de lieveling van elke zakenman, de BMW 5-serie, aangeboden aan de klant. Er zit een behoorlijk financieel gat tussen de consumentenprijzen van beide auto’s, maar toch kiezen leasemaatschappijen voor de Vijf. En niet voor niets. De Sebring is, naast werkelijk onmogelijk om aan te zien, wars van enige vorm van kwaliteit. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat de Sebring, net als zijn familieleden en veel landgenoten, sneller in waarde daalt dan een in vlammen opgaande auto van een willekeurig Europees of Japans merk. Dat maakt hem onaantrekkelijk voor leaseboeren.

De toekomst belooft dan ook weinig goeds voor de Amerikaanse auto-industrie. Spartelingen, stuiptrekkingen en rillingen. Niemand in Europa die een Amerikaan hoeft en dat gevoel begint nu ook de Amerikanen te bekruipen. Er moet een wonder geschieden (in de vorm van een Chinese kapitaalinjectie, een bod van een buitengewoon vermogende Rus of een werkelijk wonder), wil niet de complete Amerikaanse auto-industrie ten onder gaan.

Onvermijdelijk volgt de gewetensvraag: is het erg dat deze merken verdwijnen? Natuurlijk hebben die lompe, onbehouwen, dikke muscle cars wel wat. Ook de Hummer was ooit een enorm stoer apparaat. Maar het gros van wat er uit Amerika aan auto’s komt, is weinig interessant. Technisch gezien is zelfs ruim 99% van de Amerikaanse auto’s nutteloos. Het is waarschijnlijk voor iedereen net zo erg als wanneer honkbal, American Football, worstelen (zowel de ‘normale’ als de neppe variant) en Oprah van de buis zouden verdwijnen. De een zal zichzelf uren later dan normaal in slaap huilen, terwijl de meesten gewoon op dezelfde tijd moeiteloos hun uiltje knappen.

 

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *