Die gekke Amerikanen toch


Lief doen is belangrijker dan een aantrekkelijke prijs noemen, zo blijkt uit recent onderzoek. Een warme hand en een goede bak troost doen het werk bij het verkopen van een auto.

Deze conclusie werd onlangs de wereld in gestuurd. Uiteraard is bovenstaande conclusie uit Amerika afkomstig, waar mensen hun creditcardlimiet na een maand al ruimschoots voorbij zijn, onmogelijke leningen en hypotheken afsluiten en niet eens weten wat geld is, omdat ze het nog nooit langer dan een dag in hun portemonnee hebben gehad. Dergelijke mensen zijn gevoelig voor een paar leugentjes en een kop koffie.

Het blijft een apart volk. Meer dan de helft, 52 procent om precies te zijn, koopt die auto toch wel, ook al is hij te duur. Waarom niet, Amerika is toch de natie der onbegrensde mogelijkheden? En of, totdat de banken in elkaar zakten. Vanaf daar nam het verhaal een rigoureus nieuwe wending. Nu stapelen de problemen zich pas echt op.

Er moet bewuster geleefd worden. Dat lijkt de Amerikaan langzaamaan in het koppie te krijgen. Daar hoort een zuinigere auto, het liefst een Prius, bij. In ieder geval niet zo’n log en slurpend Amerikaans ding, want dat is veel te slecht voor het milieu. En het milieu is hot. Dat heeft Oprah zelf gezegd. Dus wat doet de Amerikaanse auto-industrie? Hetzelfde als die banken. Waarom? Omdat ze tien jaar geleden zeiden: “Nee, wij hoeven niet vooruit te denken. Het gaat wel goed zo.” Toen ze op die stelling wilden terugkomen, was het te laat. Met als gevolg dat fabriek na fabriek de deurtjes mag (gaan) sluiten of aan de beademing ligt bij de overheid.

In Europa is het nog veel erger gesteld met de populariteit van de Amerikaanse auto. Leuk voorbeeld hiervan: er zijn leasemaatschappijen die de Chrysler Sebring weigeren. Noem het een soort bindingsangst vanuit de leasemaatschappij. In ieder geval voor de duur van het contract. “U wilt deze auto leasen? Computer says no.” Als alternatief wordt de lieveling van elke zakenman, de BMW 5-serie, aangeboden aan de klant. Er zit een behoorlijk gapend gat tussen de consumentenprijzen van beide auto’s, maar toch kiezen leasemaatschappijen voor de Vijf. En niet voor niets. De Sebring is, naast werkelijk onmogelijk om aan te zien, wars van enige vorm van kwaliteit. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat de Sebring, net als zijn familieleden en veel landgenoten, sneller in waarde daalt dan een in vlammen opgaande auto van een willekeurig Europees of Japans merk. Geen goede investering voor leaseboeren dus.

De toekomst belooft dan ook weinig goeds voor de Amerikaanse auto-industrie. Spartelingen, stuiptrekkingen en rillingen. Niemand in Europa die een Amerikaan hoeft en dat gevoel begint nu ook de Amerikanen te bekruipen. Er moet een wonder geschieden (in de vorm van een Chinese kapitaalinjectie, een bod van een buitengewoon vermogende Rus of een werkelijk wonder), wil niet de complete Amerikaanse auto-industrie ten onder gaan.

Onvermijdelijk volgt de gewetensvraag: is het erg dat de Amerikaanse merken verdwijnen? Natuurlijk hebben die lompe, onbehouwen, dikke muscle cars wel wat. Ook de Hummer was ooit een enorm stoer apparaat. Maar het gros van wat er uit Amerika aan auto’s komt, is weinig interessant. Technisch gezien is zelfs ruim 99% van de Amerikaanse auto’s nutteloos. Het is waarschijnlijk voor iedereen net zo erg als wanneer honkbal, American Football, worstelen (zowel de ‘normale’ als de neppe variant) en Oprah van de buis zouden verdwijnen. De een zal zichzelf uren later dan normaal in slaap huilen, terwijl de meesten gewoon op dezelfde tijd moeiteloos hun uiltje knappen.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *